De “schepping” is mooi. Maar bij sommige diersoorten denk je: was dat nou echt nodig?
1. De Duif.
De Duif kan navigeren als de beste, maar dat vraagt blijkbaar zoveel van zijn hersencapaciteit dat er verder weinig overblijft. De lompheid waarmee die loopt en vooral vliegt is vogel-onterend. Geen mooie stijlvolle, geruisloze vlucht zoals bijvoorbeeld de gierzwaluw laat zien, maar piepend en krakend stijgt die moeizaam op, daarbij regelmatig tegen mensen en/of objecten aanbotsend of die ternauwernood ontwijkend.
En als je ergens rustig loopt en een duif passeert dan vliegt hij met veel kabaal op het laatste moment weg, zodat je je wezenloos schrikt. Het is zinloos, irritant gedrag.
Eigenlijk is die lomp in alles. Het ziet er gewoon niet uit. Het enige dat eigenlijk meevalt is het geluid dat die maakt. Daar valt mee te leven. Verder is het een mislukte diersoort op vele terreinen. Je kunt dat goede navigeren en het steeds terugkeren naar dezelfde plek daarom ook als een nadeel zien. Je raakt hem niet meer kwijt. Zo is de hobby “Duivenmelker” waarschijnlijk ook ontstaan. Het begon natuurlijk gewoon met mensen die deze mislukkelingen kwijt wilden raken, ze ver wegbrachten, waarna ze steeds weer terugkeerden.
2. Het Konijn.
Hat konijn zie je vaak bij kinderen als knuffeldier. En toegegeven, als knuffeldier valt hij nog wel mee. Maar de echte wilde konijnen zijn geen mooie dieren. Ze komen over als nogal uitgemergelde, ineen gekropen en bange hoopjes mislukkeling, zo bang als een haas.
Alleen op volle snelheid zit er nog wel enige schoonheid in. Maar als pure sprinter houdt die dat niet lang vol. Als hij zijn leven deze volle sprint continu zou blijven volhouden dan zou die mogen blijven.
3. De Hond (en veel baasjes).
De hond is eigenlijk een door de mens “verbeterde” wolf. Die mutaties hebben tot een aantal hopeloos mislukte exemplaren geleid. Doorgefokt op kenmerken die de mens “cute” vindt, maar waar de hond niks aan heeft of juist vooral last van heeft.
Een gebrek aan karakter en zelfrespect komt daar nog bij. Alleen maar het baasje willen behagen. Dat geeft ook te denken over de baasjes. Die zochten blijkbaar een slaafje, en sinds de afschaffing van de slavernij is dit een optie. Het slaafje wordt wel meestal goed(bedoeld) behandeld (uitzonderingen daar gelaten), maar dan wel behandeld alsof het een mens is. Eigenlijk is dat dus slecht behandeld want het levert voor de hond veel problemen op.
Er wordt ook veel geld in gestoken. Soms heel veel geld. In voeding, kleertjes, dierenarts. Deze hoge uitgaven worden vervolgens gecompenseerd door uitgaven aan vlees van onbekende dieren zo laag mogelijk te houden. In die zin gaat de hond, maar in feite natuurlijk elk huisdier, ook “ten koste van” andere voor de consumptie bedoelde dieren.
De honden en veel baasjes maken een hopeloze combinatie, waarbij de arme dieren soms ook mee moeten doen met de obesitas leefwijze van het baasje.
4. De Meeuw
De meeuw is een profiteur. Wachten tot een mens een bijvoorbeeld een haring of een bakje patat heeft gekocht en betaald, om dan vervolgens misbruik te maken van het beperkte blikveld van de mens, die geen ogen op het hoofd heeft, en er vervolgens met de buit vandoor gaat. Je kunt het ook handig noemen, of misschien wel slim, maar het is gewoon luiheid. Er is een hele zee om uit te vissen.
En daar horen ze ook: op of bij zee. Maar ze bevinden zich inmiddels in door de mens bewoonde gebieden en zorgen daar voor veel overlast. Deze overlast kent twee pijlers: herrie en agressiviteit. Vanaf zonsopkomst schreeuwen ze de hele boel bij elkaar. Zoals ook de gemiddelde Nederlander.
Wie heeft verzonnen om deze beesten te beschermen zou hier voor bestraft moeten worden. Had de evolutie gewoon zijn of haar werk laten doen. Natuurlijk is de mens geen normaal onderdeel va de evolutie meer, want die vernietigt alles, inclusief zichzelf. Maar in dit geval was het wel goed uitgekomen.
5. De Aap
En tenslotte de aap. Hier heb ik eigenlijk geen goede reden voor. Op de een of andere manier irriteren ze mij, net als mijn familie. Of misschien wel door mijn familie.










