Is de natuur slim?
Veel mensen zijn diep onder de indruk van de natuur. Hoe slim de natuur wel niet is. Volgels die geluiden imiteren, de trektochten van vogels en vissen. Bloemen die zich voordoen als insecten. En daardoor voelen die insecten zich aangetrokken, en zullen de bloem bezoeken om er mee te paren, en die zorgen dan weer voor de bestuiving. Dat is toch ontzettend slim?
Maar dat is het (helaas?) niet. De natuur is niet slim. De natuur evolueert.
Stel: je hebt een bloem. Die hebben insecten nodig om zich voort te planten. In de praktijk zal een bloem van dezelfde soort die een ietsepietsie meer lijkt op een insect dan zijn broertje of zusje, eerder bezoek krijgen van een insect en daardoor meer kans hebben zich voort te planten, waardoor er meer van dat soort bloemen komen die een ietsepietsie meer op een insect lijken. In die groep zullen er ook weer exemplaren zij die nog meer op zo’n insect lijken, en ook die zullen zich beter voortplanten. Als je dat eindeloos herhaalt (en dat is evolutie) dan zullen bloemen steeds meer op insecten gaan lijken totdat die nagenoeg gelijk is aan het insect.
Maar waarom doen niet alle bloemen dat?










